De jaarrekeningen 2025 van stad en OCMW Poperinge en AGB De Kouter worden binnenkort aan de raden voorgelegd. De cijfers tonen een stabiele financiële werking voor 2025, dat vooral in het teken stond van de voorbereiding van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.
2025 was in de eerste plaats een planningsjaar voor de nieuwe legislatuur en dus meteen ook het laatste jaar van het vorige meerjarenplan. 2025 stond dus vooral in het teken van de opmaak van het nieuwe meerjarenplan en de beleidsplanning voor de volgende legislatuur. Daardoor paste Poperinge het budget van 2025 maar één keer aan, vlak voor de zomer.
Exploitatie-uitgaven dicht bij de ramingen
Bij stad en OCMW werd bijna 97% van het voorziene exploitatiebudget effectief gebruikt. De uitgaven lagen dus zeer dicht bij de oorspronkelijke raming.
Het grootste verschil situeert zich bij de personeelskosten, meer bepaald bij de responsabiliseringsbijdragen. Dat zijn extra pensioenbijdragen voor gepensioneerde statutaire medewerkers. De federale pensioendienst maakt daarvoor vaak ruime ramingen. Daarom werkt het lokaal bestuur vanaf 2026 met prognoses van Belfius, die nauwer aansluiten bij de werkelijke kosten.
Ook bij de uitgaven voor diensten en leveringen bleven sommige kosten lager dan voorzien. Zo vielen de elektriciteitskosten voor de openbare verlichting gunstiger uit. Daarnaast werden een aantal facturen pas in 2026 geboekt, hoewel ze betrekking hadden op 2025.
De jaarrekening toont dat de stad haar dagelijkse werking financieel onder controle houdt. Het bestuur blijft de middelen zorgvuldig beheren en houdt ruimte om de beleidsdoelstellingen voor de komende legislatuur verder uit te voeren.
Ook AGB De Kouter sluit stabiel af
Ook bij AGB De Kouter lagen de werkingsuitgaven iets lager dan voorzien. Dat komt onder meer door lagere energiekosten voor het zwembad en lagere informatica-uitgaven.
Daarnaast voorzag het AGB budget voor een energetische studie van zaal Maeke-Blyde. Die studie werd stopgezet, waardoor niet het volledige krediet werd gebruikt.
Aan ontvangstenzijde lagen de opbrengsten dan weer iets hoger dan geraamd, vooral dankzij hogere inkomsten uit zaalverhuur op de sportzone.
Investeringen schuiven deels door naar 2026
Bij de investeringsuitgaven van stad en OCMW ligt de realisatiegraad lager dan voorzien. Dat heeft vooral te maken met het feit dat het meerjarenplan in 2025 slechts één keer werd aangepast. Heel wat investeringen werden daarom administratief doorgeschoven naar 2026.
Voorbeelden daarvan zijn:
- de verdere afwerking van de fietsverbinding Krombeke-Vleteren (deel Poperinge)
- de asverschuiving in de Trappistenweg (werken ondertussen uitgevoerd in voorjaar 2026)
- de renovatie van de badkamers in het woonzorgcentrum
- de afbraak van gebouwen op het Vroonhof
Tegelijk realiseerden stad en OCMW samen nog voor 6,28 miljoen euro aan investeringen. Enkele belangrijke investeringen in 2025 waren:
- opstart van de werken aan de fietsverbinding Poperinge-Westouter
- de heraanleg van de Ouderdomseweg en andere straten
- laatste fase werken in dorpskern Reningelst
- de opstart van de aanleg van De Werf en de omgeving van het Sint-Michielscomplex
- het ontwerp voor de herinrichting van het openbaar domein op het Vroonhof
- de opwaardering van OC Karel De Blauwer
- werken aan het openbaar domein in Bellewijk
Daarnaast realiseerde het bestuur ook belangrijke ontvangsten via de verkoop van ’t Wingeroen, woningen op de Kleine Markt in Watou en het dienstencentrum in de Deken De Bolaan.
Ook bij AGB De Kouter bleef de realisatiegraad van de investeringen beperkt. Dat was onder meer het geval voor de geplande plaatsing van twee windmolens waarvan de installatie doorschoof naar voorjaar 2026.
Een belangrijke investering die wel werd uitgevoerd, is de energetische koppeling tussen de sportzone en de technische dienst, samen met de uitbreiding van de parking nabij de technische dienst.
Positief budgettair resultaat
Omdat de werking financieel gunstiger afsloot dan voorzien en een aantal investeringen administratief verschuiven naar latere jaren, bedraagt het beschikbaar budgettair resultaat (startkapitaal 2026) bijna 10,3 miljoen euro. Dat is beter dan oorspronkelijk geraamd.
Ook de autofinancieringsmarge – de indicator die aangeeft hoeveel financiële ruimte het bestuur overhoudt binnen de werking – ligt ongeveer 1,3 miljoen euro hoger dan geraamd. Deze financiële extra ruimte kan meegenomen worden bij de uitvoering van het lopend meerjarenplan.
De jaarrekening 2025 sluit de stad duidelijk positief af met een overschot, wat zorgt voor een financiële buffer. Het toont aan de financiën van de Poperinge gezond zijn en dat het bestuur kan blijven investeren in de ambities zoals omschreven in het meerjarenplan 2026-2030.

