
Voor het uitbaten van een hinderlijke inrichting is een milieuvergunning vereist. Vanaf 1 september 1991 werd een nieuw Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM) van kracht. Naargelang van de aard en belangrijkheid van de daaraan verbonden milieueffecten worden alle inrichtingen ingedeeld in drie klassen: inrichtingen van klasse 1, klasse 2 en klasse 3.
De melding is de eenvoudigste procedure en dus van toepassing voor de minst hinderlijke inrichtingen. Dit gaat bijvoorbeeld over het lozen van afvalwater, opslag van stookolie tot en met 20.000 liter, opslag van propaangas, opslag van kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen enz...
Wat betreft de milieuvergunningen, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de milieuvergunning klasse 1 waarvoor de deputatie van West-Vlaanderen bevoegd is, en een milieuvergunning klasse 2, die door het college van burgemeester en schepenen wordt verleend. De klasse wordt bepaald door het soort activiteit en het vermogen van de toestellen.
Het openbaar onderzoek, evenals de bekendmaking van de beslissingen over de milieuvergunningsaanvragen zijn terug te vinden onder de rubriek BEKENDMAKINGEN