
Kon de recessie tijdens de 15de eeuw afgeremd worden, toch kon ze niet tot stilstand worden gebracht. De 16de en de 17de eeuw waren gekenmerkt door werkloosheid, rampen en oorlogen. Het verminderen van arbeidsplaatsen enerzijds en de godsdienstige onverdraagzaamheid anderzijds leidden tussen 1550 en 1600 tot een formidabele exodus. Hadden de rampen vroeger het inwonersaantal soms gehalveerd, nu trokken zeker de 3/4 van de ambachtslieden en intellectuelen naar Engeland, Duitsland en vooral Nederland. Een lakenstad als Leiden bleek een ontzettende aantrekkingskracht uit te oefenen.
Degenen die bleven, werden meegesleurd in het dramatische avontuur van oorlogen tussen de Franse kroon en Spanje. Nu eens waren onze vrienden de bezetters, dan weer de vijanden. Op de duur wist men niet meer wie vriend of vijand was. In die periode vooral moest de 'open stad' zware klappen incasseren. De nijverheid was tot het nulpunt gedaald en de hoeven leken meer op kazernes, waar voortdurend verschillende garnizoenen ingekwartierd waren.