
Van 1914 tot 1918 was Poperinge hét centrum in het achterland van de loopgravenoorlog bij Ieper. Soldaten kwamen er in een tentenkamp hun rustperiode, en in de stad hun vrije tijd doorbrengen. Om zelf een stuiver te verdienen, lenigde de burgerbevolking gewillig alle militaire noden. Onder het motto “laten we eten en drinken, want morgen wacht ons de dood!” hoorden bier, wijn en vrouwen daar ongetwijfeld bij. Zo'n uitbundig ontspanningsleven bezorgde Poperinge uiteindelijk de reputatie van “Little Paris.”
De muzikanten van Kotjesvolk speelden dit liedje voor het eerst in 2004, tijdens een concertje in de heringewijde Concert Hall van Talbot House. Sindsdien is het refreintje altijd verder blijven walsen.
| Sur la Grande Place - tekst | 63 Kb |